Verslag Dans- en Ontmoetingsdag Nijmegen, 26 november 2016

Oud en Nieuw uit Nederland:
Lezing, Dans, Muziek & Workshops


m.m.v.  De Pierewaaiers en Kansemble beiden uit Nijmegen en De Losser Böggelrieders en Daansers.
PierewaaiersKansembleLosser
Strak om 13.15 uur opent de voorzitter van het Platform de dag  met een woord van welkom. Daarna wordt de dag letterlijk in beweging gezet door choreograaf Guus van Kan die een dansworkshop geeft met de titel: “Tra-ditie in een nieuw jasje”.
Het is mooi om te zien (èn te doen!) hoe hij al werkend met de groep een choreografie laat ontstaan op een bestaande dans. Met behoud van de passen en de muziek, door alleen de richtingen en de lijnen te veranderen. Dansers van de aanwezige groepen en andere aanwezigen staan hand in hand en zij aan zij in de groep en doen vol overgave mee, ook al is het voor sommigen wennen om een al bekende dans in een andere vorm te doen. In het begin van de workshop werd gewerkt met muziek op CD, maar halverwege werd dit overgenomen door de aanwezige muzikanten, en dat verhoogde het dansplezier.

Na een korte pauze geeft Hanneke Kramer een lezing over verleden, heden en toekomst van folklore. Zij neemt ons in grote lijnen mee door de beeldvorming over folklore in de 20e eeuw, de relatie tussen identiteit en folklore en – niet in de laatste plaats – zij geeft ons tips over wat jongeren aan kan spreken of niet in folklore. Uit haar onderzoek blijkt dat de belang-rijkste redenen voor jongeren om niet te gaan dansen zijn: de ‘peer pressu-re’ (wat vinden mijn vrienden er van?), weinig invloed op wat er bij de dansgroep gebeurt en gebrek aan leeftijdsgenoten. Die combinatie van redenen leidt vaak tot een imagoprobleem onder jongeren. Op de vraag uit de zaal over hoe dit zich in Nederland verhoudt tot het buitenland, antwoord Kramer dat in ons land geheel de stimulans door de overheid of onderwijs ontbreekt om kinderen in aanraking te laten komen met folklore dans en –muziek. Dat past in een breder beeld van omzichtige omgang met nationale geschiedenis en (cultureel) erfgoed in het algemeen. Van een muzikant uit Losser komt de tip om als groep vooral lokaal aan je zichtbaarheid te werken en je bij meer gelegenheden te laten zien dan alleen bij de gebruikelijke folkloristische activiteiten. Het wordt dan in elk geval normaler om mensen in kostuum te zien en ze eventueel te zien dansen. Kramer vertelt dat ze destijds een soort ‘coming out’ in kostuum moest beleven voor vrienden en bekenden voor ze in kostuum gezien wilde worden. Ook geven we soms de Folklore een eigen invulling die niet altijd klopt met de werkelijkheid. Mooi voorbeeld bij één van de aanwezige groepen die het zondagse kostuum draagt en toch op klompen dansen omdat de toerist dat aantrekkelijker vindt.

Het tweede deel van de middag stond in het teken van optredens door de drie aanwezige dansgroepen: De Losser Böggelrieders en Daansers, De Pierewaaiers en Kansemble. Alle drie lieten ze Nederlandse dansen zien, uiteenlopend van traditioneel tot hedendaagse theaterdans. Opvallende overeenkomst tussen alle groepen is dat ze in traditionele kostuums gekleed gaan.

De groep uit Losser doet de dansen het meest in traditionele vorm: paren in een kring. Niet persé de meest boeiende vorm om lang naar te kijken, maar ze voeren de dansen zonder meer ‘strak’ uit. Goed gelijk, ook bij de overgangen van snel naar langzaam; bijvoorbeeld in de Baonopstekker klinkt niet één klomp een tel te lang door. Waar de groep een duidelijke vorm voor gevonden heeft is het begin en eind van elke dans: muzikaal begeleid door de accordeonspelers, even een kring maken om te beginnen en op de laatste akkoorden een buiging naar alle kanten om af te sluiten. Wat mij betreft mag aan het betekenis geven van de gebaren (‘kom hier’ – ‘ga weg’) even aandacht besteed worden. De korte uitleg over kenmerken van het lokale, katholieke kostuum is leuk om te horen.

De Pierewaaiers brengen een tussenvorm: traditionele - en nieuwe dansen, op traditionele - en nieuwe muziek. De lijnen en het spel bewegen mee, zijn eerder theatraal dan traditioneel waardoor een levendig geheel ontstaat. Zij laten zien dat je ook met ‘maar’ vier paren echt iets neer kunt zetten. Bij beide genoemde groepen blijkt een combinatie van zang en ac-cordeonbegeleiding niet een heel voordelige. De zang is vrijwel onver-staanbaar helaas. Voor Losser geldt: zing allemaal wel of allemaal niet. Nu levert het een beetje ongeïnteresseerd beeld op als de een wel en de ander niet zingt. Ik zou pleiten voor wel zingen uiteraard, dansers genoeg voor stevig geluid. Voor de Pierewaaiers geldt dat dansen op klompen plus het orkest met accordeon de zang van de dansers overstemt. Probeer betere balans in volume te zoeken.

Kansemble pakt het anders aan met dansstukken die nieuw of recent ge-maakt zijn, geïnspireerd op Nederlands passenmateriaal. De dynamiek van de choreografieën maakt de stukken levendig en leuk om naar te kijken. De dansers zijn duidelijk geoefend in het  theatraal brengen van de dansen: gestileerde gebaren, gelijk uitgevoerd. Dat werkt in een (groot) theater waarschijnlijk prima, in deze situatie dicht op het publiek, schept het wat afstand wat mij betreft. Kansemble draagt wel traditionele kostuums, maar heeft zich niet aan één regio in het land verbonden wat de dracht betreft. Dat draagt bij aan een kleurrijk beeld.

Het is boeiend en afwisselend deze drie groepen na en naast elkaar te zien. Het geeft een mooie dwarsdoorsnede van de keuzes die je als groep hebt als je Nederlandse dans aan publiek wilt laten zien.

Het derde deel van de dag stond in het teken van het dansbal, waarbij elke groep twee dansen aanleerde aan de andere groepen en het aanwezige publiek. Alle muzikanten stonden op het podium en dat klonk geweldig. Tot slot hadden de Böggelrieders en daansers als laatste dans de kusjesdans, zodat ieder elkaar nog even gedag kon zeggen. Het had een hoog gezel-ligheidsgehalte, bekend van bruiloften en andere dorpsfeesten.

Als conclusie kan gezegd worden dat er 3 verschillende dansgroepen aanwezig waren,  met verschillende uitvoeringen van de Nederlandse dans, maar er werd ook veel met elkaar gedanst en dat was een goed teken. Een leuk bijzaak was dat er veel jongeren aanwezig waren op deze dag (en niet alleen bij Kansemble) en dat de ouderen met een goede conditie nog zeer actief waren bij alle dansen.

Arie Koelemij (Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland), met aan-vullingen van Tjitske van der Meulen en Akkie Bootsma en Bart Jansen.

bedankt
Voor de fotorapportage van Renske van der Pijl klik hier!