Platformdag 26 april 2008 in Sluiskil

Zoals wellicht bekend probeert het Platform elk jaar ergens in Nederland  een dans- en demonstratiedag te organiseren en dan niet alleen in het centrum van het land, waar al zo veel te doen is, maar ook meer in de randgebieden. Sluiskil was 26 april aan de beurt en inderdaad, dit is voor de meeste Nederlanders erg ver weg. Dit keer waren uitgenodigd Hava Naguila uit Vogelwaarde, Scaldis uit Hansweert en Gelmel uit Schoten (B). Gelmel weliswaar een buitenlandse groep, maar de Vlaamse cultuur is zo nauw verknoopt met de Zuid-Nederlandse dat zij er, zeker in het zuiden, volledig bijhoorden.
De voorstelling werd geopend door Gelmel met een drietal korte series: een bakkersserie waarin met simpele hulpmiddelen een duidelijk bakproces werd getoond, de “Sellerij” waarin soep gemaakt wordt, dus selderij en wortels aangevoerd, gekookt, geroerd, geproefd en tot slot met de pollepels ritmisch getikt en een feestdans de Taxander (TaxandriŽ is de naam van de noordelijke Kempen). Een optreden van hoog niveau.
ScaldisScaldis ging verder met een potpourri van dansen, gevolgd door de Sextant, Corrie’s dansje, IJswals, Hakketone en de Bravade.
Hava Naguila sloot voor de pauze af. Zij droegen Volendamse kostuums, nadrukkelijk omdat dit voor iedereen zo herkenbaar Nederlands is en dansten met aandacht voor de afwerking een aantal losse dansen, waaronder ook de Bravade, maar anders uitgevoerd dan die van Scaldis, en de Zeeuwse Schots. Alle dansen waren ietwat gechoreografeerd voor een beter visueel effect op het podium.
Na de pauze vertelden alle groepen ook iets meer over zichzelf.
Scaldis bestaat nu 30 jaar en had vroeger meer optredens dan tegenwoordig doordat zij minder leden hebben, meest jongelui met bijbaantjes. Zij dansen steeds in verschillende Zeeuwse kostuums met normaal drie, nu twee, muzikanten. Ze brachten nu een boerenplof, Zwart laat ‘m scheren, Mie Katoen en een choreografie met o.a. de Stamppot en de Haarlemmerdijk. Het was duidelijk dat de jonge dansers nog wat weinig podiumervaring hadden en daardoor erg gespannen waren.
Hava Naguila bestaat nu 40 jaar en viert dat het laatste weekend van juni (www.havanaguila.danst.nl). Zij droegen nuHava Naguila kostuums uit het land van Hulst van rond 1800, met de katholieke kap. Het orkest bestaat uit slechts drie mensen, maar men is heel goed op elkaar ingespeeld, ook dus een plezier om te luisteren. Men bracht een serie van Reinaerd de Vos (die schijnt ook uit Hulst te komen): de Braderie, de Boerenkermis, de Vlassersdans en eindigend met de dans van Reinaerd waarin de vos zelf ook een leuke rol speelde. De muzikanten wisselden leuk af met zang, waardoor zij ook wat aandacht kregen en de dansers een rustpauze hadden, leuk bedacht en leuk om te horen. Na afloop werden als deel van de act het vlas resten netjes van het podium geveegd. Een groep met ervaring.
Gelmel sloot de middag af. Zij bestaan inmiddels 40 jaar en staan los van het grote jaarlijkse festival in Schoten, hoewel ze er wel vaak optreden. Zij zijn ooit begonnen met authentiek Vlaamse dansen zoals opgetekend in het Vlaams dansarchief en via dansseries die beroepen of gebeurtenissen uitbeeldden geŽvalueerd naar de huidige situatie. Op nieuw, door de eigen muzikanten (een voortreffelijk orkest van zeven man sterk), gecomponeerde muziek maakt men choreografieŽn gebaseerd op Vlaamse passen maar geen losse dansen. Hiermee kan men een thema uitwerken op een manier die zeer de moeite waard is voor het publiek en blijvend aantrekkelijk voor de leeftijdsgroep van Gelmel (B)hun jongvolwassen dansers. De kostuums zijn duidelijk Vlaams, met veel aandacht gemaakt, de rokken zelfs handgeweven met elk een ander patroon. De eerste choreografie was “Antwerpen aan de kade”, straatmadeliefjes en jonge mannen die met hen hun vertier komen zoeken, voortreffelijk afgestemd op de leeftijd van de dansers en met verve uitgevoerd, waarbij zelfs het publiek verleid dreigde te worden! Daarna een stukje waar de dames met witte mutsjes en grote zwarte hoofddoeken leuke visuele effecten toonden. Tot slot een “verhaal” over het leven in grote kosthuizen met frivole bewoonsters, medebewoners met losse handjes en een dranklustige hospita. Gelmel evolueert de volksdans verder en doet dit op een manier die ons deed denken aan Holland Express.
Het geheel werd vlot aan elkaar gepraat door Marion Seeman. Jammer dat er door het schitterende weer weinig publiek van buiten was, hoewel opvallend veel van Pieremachochel uit Utrecht.
De dag werd financieel mogelijk gemaakt door een royale bijdrage van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en de praktische steun van de stichting Folkart (www.folkart.nl) die de faciliteiten en de maaltijden verzorgd heeft.
Het avondprogramma gaf ieder, zowel bezoekers als deelnemers, de gelegenheid zelf te dansen onder begeleiding van de orkesten van de aanwezige groepen en met dansleiding van Maartje Ligthart. Elke groep leerde twee dansen aan, daar werd rustig de tijd voor genomen, zodat ieder de dans goed onder de knie kreeg. Er bleef weinig tijd over voor andere dansen, de pauzes liepen wat langer uit vanwege het mooie weer en de rustige sfeer. Als er weer gedanst werd, ging dat met volle overgave en met veel plezier. Gelmel eindigde de avond met een gezamenlijke dans voor allen, die meteen mee te dansen was en waarbij elke keer figuren herhaald moesten worden. Voor alle groepen was dit een leerzame dag en we hopen dat ze elkaar weer weten te vinden om gezamenlijke activiteiten te ondernemen.

Hans van Buuren en Marion Seeman
gezamenlijke maaltijdhet bal na