Klederdrachten in het Zuiderzee museum

Als activiteit voor dit najaar was er een dag georganiseerd in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Er kwamen meer dan 50 belangstellenden, waaronder veel nieuwe gezichten. Er waren 2 gidsen voor ons beschikbaar,de enthousiaste Leny de Jong en Anna Deen. De rondleiding, speciaal voor ons, begon in het nieuwe gedeelte, een taps toelopend modern stuk dat 2 oude huizen met elkaar verbindt. Alle muren zijn bekleed met een rubberachtige laag op piepschuim met een kleur groen  blauw erop die de zon altijd via het water voor het gebouw lijkt te weerkaatsen, zelfs als hij niet schijnt. De ruimten lopen schijnbaar in elkaar over, maar de uitstekende muren die je ziet blijken heel soepel draaiende deuren te zijn, ook van piepschuim. De voormalige buitenmuren zijn intact gelaten en gescheiden van de nieuwe betonnen vloer door een strook glas, je kunt vanaf de tweede verdieping tussen je voeten door naar de ingang kijken.
Hoe modern ook, toch is het Hollandse van de zeventiende eeuwse gebouwen mooi aangevuld met een stuk wat de haven in het gebouw lijkt te trekken, zeker bij het reusachtige schuine raam op de bovenverdieping.

De tentoonstelling. “Sprekend gekleed “was vrij klein, 9 poppen, maar door een mooie opzet toch interessant. De kleding stond per dracht in een vitrine, met aan 4 kanten glas en daglicht, waar je makkelijk omheen kon lopen. De details kon je zo goed bestuderen. Elke dracht is afkomstig van telkens een persoon die op met een foto en een korte beschrijving voorgesteld wordt.
Dit met detail; een dame die als bijverdienste zeep verkocht vanuit haar bedstee en verder verdiende met het naaien van doodshemden. Een mutsenplooister uit Huizen met een stapel van 50 verschillende gekleurde schorten voor over haar verder zwarte dracht. Erbij een speciaal mandje om de vers geplooide Huizer kappen bij mensen thuis te bezorgen.

De rondleiding ging daarna naar de tentoonstelling Typisch Hollands 1, een kopie van de presentatie van Nederland op de wereldtentoonstelling van Parijs uit 1890. Het was de inrichting van toen 50 jaar geleden, de inrichters toen moesten voor hun stijlkamers van Hindeloopen afgaan op oude ooggetuigen verslagen. Toch is het dit beeld dat buitenlanders van Nederland hebben, het thuis van Hansje Brinker. Ernaast kasten met stalenboeken van talloze klederdrachtstoffen, nu typisch Hollands, oorspronkelijk uit “de Oost”.

Daarna de tentoonstelling, Typisch Hollands2 ,schilderijen van mensen in voorlopers van de klederdrachten zoals wij die kennen. Enkele voorstellingen en een paar portretten. Op dezelfde verdieping waren delen van het interieur van Hotel Spaander uit Volendam, de eigenaar hield van kunstenaars en die mochten als betaling van het logies een schilderij achterlaten, desnoods op de deuren. De modellen waren de kinderen uit de buurt in hun daagse kleren. Nu bijzonder als klederdracht afbeelding.

Als laatste nog een korte wandeling door het buitenmuseum, speciaal voor ons opengemaakt. Uiteraard was alles dicht voor de winter, maar de twee huizen waar klederdrachten in stonden mochten we zien. De eerste was: ‘Klederdrachten hoe zit dat’. Mooie kleren en mooie kleuren, maar je kunt zo wel het voordeel van de eerste tentoonstelling zien. Alles is daar veel duidelijker te bekijken. Daarna nog het restje van de tentoonstelling van de Markerdracht die al voor een deel in een ander deel van het museum werd gebruikt.

Voor mensen die al veel van klederdracht afwisten was het een dag om uitgebreid naar details te kijken, voor nieuwkomers was het een duidelijke kennismaking. Het museum zelf was op eigen manier typisch Hollands.
Al de belangstellenden bij elkaar vormden een bron van ideeŽn voor volgende te organiseren dagen.

Lucie Loopstra